Vraag en antwoord

De meest gestelde vragen en antwoorden zijn hieronder terug te vinden en in de volgende rubrieken ondergebracht:

 

Aangesloten partijen

Voor welke organisaties in het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd bedoeld?

Alle organisaties die hulp verlenen aan jeugdigen of die professioneel betrokken zijn bij jeugdigen kunnen in principe mee doen. Het is wel zo dat organisaties die geen hulp verlenen aan jeugdigen, zoals onderwijs en leerplichtambtenaren, alleen signalen afgeven in het systeem. Organisaties die het verlenen van hulp aan jeugdigen als kerntaak hebben, kunnen naast het afgeven van signalen ook de coördinatie uitvoeren.

Landelijke ontwikkelingen

Wat is de relatie tussen het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd en de Verwijsindex Risicojongeren?

Sinds 2010 geldt er voor het afgeven van een signaal in de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) een wettelijk meldrecht (Jeugdwet artikel 7.1.4.1 en 7.1.5.1).
Deze VIR registreert risicomeldingen over jongeren van 0 tot 23 jaar. De lokale/regionale systemen, zoals het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd, zijn aangesloten op deze index. Wanneer er signalen worden afgegeven over een jeugdige buiten de grenzen van een gemeente of regio waar de jeugdige woont, dan geeft de landelijke verwijsindex deze signalen door naar de lokale/regionale systemen.

In tegenstelling tot de lokale/regionale systemen regelt de landelijke index geen coördinatie van zorg in de keten. Dit wordt wel binnen Zorg voor Jeugd afgedwongen via beslisregels die per gemeente ingericht zijn.

Is het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd hetzelfde als het Elektronisch Kinddossier (EKD)?

Nee, het EKD bevat informatie over het kind, de gezinssituatie en de omgeving volgens het motto: geen kind buiten beeld.
Het gaat daarbij om zogenoemde ‘wat’-informatie.

Dat is niet het geval binnen Zorg voor Jeugd. Wij beginnen bij de basis met een heel eenvoudige methode waarmee zorginstellingen alleen kunnen zien welke ketenpartners nog meer bij hun cliënt betrokken zijn.
 

Over het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd

Wat is het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd?

Het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd is bij uitstek een instrument dat gerichte ondersteuning biedt om de coördinatie van zorg in de keten te versterken. Met het systeem worden problemen bij kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 – 23 jaar in een vroegtijdig stadium gesignaleerd, waarna de coördinatie van zorg in de keten wordt georganiseerd en hulp op elkaar wordt afgestemd.

Hoe is het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd ontwikkeld?

Het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd is ontwikkeld door de gemeente Helmond in samenwerking met 13 directies. Dit is gebeurd door vooral veel te luisteren en samen te werken. In meerdere fasen van het ontwikkelingsproces zijn directies van instellingen, professionals en vertegenwoordigers van de gemeente bij elkaar gekomen om na te denken over doelen, functies, randvoorwaarden en uitgangspunten. Omdat managers en hulpverleners direct betrokken zijn geweest bij de realisatie van het systeem sluit het systeem goed aan op de dagelijkse praktijk. Er is bovendien goed gekeken naar de ervaringen die in het land met andere initiatieven is opgedaan.

Wanneer gaat een jeugdige weer uit het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd?

Dat kan op een aantal momenten: als de ketencoördinator beslist dat een casus kan worden afgesloten (adequate hulpverlening is dan geboden). Daarnaast kan een signaalgever of ketenpartner ook ten alle tijde zijn/haar eigen signaal of ketenregistratie voorzien van een einddatum. Als de jeugdige 23 jaar is geworden wordt hij/zij automatisch uit Zorg voor Jeugd gehaald.

Kunnen ouders/verzorgers bezwaar indienen tegen registratie in Zorg voor Jeugd?

Ja, dat kan bij de gemeente waar het signaal is afgegeven. Het bezwaarschrift kunt men indienen bij het College van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente. Zie voor meer informatie bij Privacy.

Wat als een gezin hulp weigert. Dat overstijgt dan toch Zorg voor Jeugd?

Ja, dat is zo. De verantwoordelijk ketencoördinator zal dat dan wel moeten vastleggen in het cliëntsysteem van de betreffende instelling.

Wat gebeurt er als een kind buiten de gemeente naar school gaat?

In Zorg voor Jeugd gemeenten worden alle ketenregistraties en signalen opgeslagen in één database. Dat is dus geen probleem. Wanneer signalen worden afgegeven over hetzelfde kind buiten het Zorg voor Jeugd gebied, zal de landelijke verwijsindex (VIR) de relatie leggen tussen het de signalen.
 

Privacy

Worden er met het systeem privacyregels geschonden?

Nee, er worden geen privacyregels geschonden. Het systeem geeft alleen zogenoemde ‘dat’-informatie door. Dat betekent dat alleen gemeld wordt dat er een contact is met een jeugdige en dat er een situatie is met een bepaalde risicograad. Over de inhoud van het contact en het risico wordt geen informatie uitgewisseld.
Bij het afgeven van een signaal of ketenregistratie in Zorg voor Jeugd, worden persoonsgegevens in de Verwijsindex verwerkt. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is er sprake van rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, indien dit plaats vindt in het kader van een wettelijke taak. De Verwijsindex is expliciet benoemd in de Jeugdwet (art. 7.1) De verwerking van de persoonsgegevens is gekoppeld aan deze wettelijke taak (doelbinding), waardoor wij niet meer gegevens bewaren dan noodzakelijk. Zorg voor Jeugd, als regionale verwijsindex, is op deze manier opgezet: gekoppeld aan de doelbinding van de landelijke Verwijsindex én de bijbehorende wettelijke taak van het college van B&W zoals verwoord in de Jeugdwet.

Welke cliënten/jeugdigen komen in het systeem?

De jeugdigen (0-23) die met een hulpvraag worden geregistreerd bij de instellingen, worden opgenomen in de database van Zorg voor Jeugd. Daarmee ziet een instelling automatisch of er ook andere instellingen betrokken zijn. Daarnaast kunnen hulpverleners signalen registreren in het systeem. Zowel bij de signaalregistratie en als bij de registratie van de hulpvraag wordt met behulp van het systeem geverifieerd of deze jeugdige als zodanig ook bekend is in de gemeente of de regio.

Wordt een signaal met ouders en/of jeugdigen besproken?

Ja. Professionals hebben het recht om op basis van gegronde redenen jeugdigen te signaleren (Jeugdwet art. 7.1.4.1) én hebben daarbij een informatieplicht (Jeugdwet art. 7.1.5.1). Voor het afgeven van een signaal of ketenregistratie heeft de professional géén toestemming nodig. De informatieplicht houdt in dat ouders en/of jeugdige geïnformeerd worden over: het signaal of de ketenregistratie in Zorg voor Jeugd, de reden daarvan en waar men terecht kan indien er bezwaar is.
De wijze waarop men geïnformeerd wordt is niet bij wet geregeld. Wanneer het in alle redelijkheid niet mogelijk is om ouders en/of jeugdige te informeren, of het in het belang van de jeugdige niet wenselijk is, dan kan dit uitgesteld worden. Dit moet dan wel gemotiveerd en gedocumenteerd worden in het cliëntdossier van de professional.
In het privacy-advies staat duidelijk vermeld dat het informeren van ouders/wettelijke vertegenwoordigers toereikend is. Als men dat noodzakelijk vindt, kan men ook een signaal afgeven als de ouders het daar niet mee eens zijn.
In het convenant is geregeld hoe ouders/wettelijke vertegenwoordigers bezwaar kunnen maken als zij het hier niet mee eens zijn.

Wie moet geïnformeerd worden over een signaal of ketenregistratie in Zorg voor Jeugd?

Zoals vermeld in de Jeugdwet art. 7.1.5.1 geldt het volgende:
• de jeugdige 0 tot 12 jaar: alleen ouders/verzorgers
• de jeugdige 12 tot 16 jaar: ouders/verzorgers en jeugdige. De jeugdige heeft vanaf 12 jaar instemmingsrecht.
• de jeugdige ouder dan 16 jaar: alleen de jeugdige

Mag je toch een signaal afgeven als de ouders en/of de jeugdigen het daar niet mee eens zijn?

In het privacy-advies staat duidelijk vermeld dat het informeren van ouders/wettelijke vertegenwoordigers toereikend is.
In het convenant/afspraken Kempen-Peelland is geregeld hoe ouders/wettelijke vertegenwoordigers bezwaar kunnen maken als zij het hier niet mee eens zijn.

Is een melding bij Veilig Thuis hetzelfde als een signaal in Zorg voor Jeugd?

Nee. Een melding bij Veilig Thuis heeft een ander doel dan signaleren in de Verwijsindex. De Verwijsindex en de Meldcode kunnen worden beschouwd als aanvulling op elkaar.
Een melding bij Veilig Thuis verloopt volgens het stappenplan van de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Het primaire doel van de Meldcode is tijdig te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De afweging om ook een signaal af te geven in de Verwijsindex, is onderdeel van de Meldcode.
Het doel van de Verwijsindex is om de bij de jeugdige(n) betrokken professionals vroegtijdig te verbinden, waarna men (waar mogelijk) samen met de jeugdige en/of het gezin de hulp, zorg of ondersteuning goed op elkaar afstemt.

Bezwaar maken sinds de AVG

Het recht om bezwaar te maken is gewijzigd met de komst van de AVG. In de WBP kon voorheen ‘verzet’ worden aangetekend op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden (artikel 40). Dit is anders dan het recht op bezwaar uit de AVG, waarin staat dat er bezwaar kan worden gemaakt op grond van ‘met een specifieke situatie verband houdende reden’. Deze reden moet zwaarder wegen dan de dwingende gerechtvaardigde gronden voor verwerking, die gebaseerd zijn op een belangenafweging volgend uit artikel 7.1.4.1 van de Jeugdwet.
In de AVG staat dat verwerking van persoonsgegevens ‘onmiddellijk’ moeten worden gestaakt in het geval van een bezwaar. In de praktijk zou dit betekenen dat het signaal direct inactief moet worden gemaakt in afwachting van de beslissing op het bezwaar. Het ministerie van VWS schrijft voor dat het signaal als actief signaal kan blijven staan totdat er een beslissing op bezwaar is gekomen vanuit het college.
Dit, omdat de gegevensverwerking is gebaseerd op de zwaarwegende belangen van het kind.

Hoe kunnen ouders en/of jeugdigen bezwaar maken als ze het niet ees zijn met het signaal in Zorg voor Jeugd?

A. Bezwaar uiten bij professional
Ouders en/of jeugdige kunnen hun bezwaren tegen het signaal of ketenregistratie in eerste instantie kenbaar maken bij de professional die het signaal heeft afgegeven. De professional hoort het bezwaar van de ouder en/of jeugdige aan, legt de doelstelling van de Verwijsindex nogmaals uit en informeert over de achterliggende reden van het signaal welke gebaseerd is op de landelijk geldende signaleringscriteria. Mocht het bezwaar vervolgens bij de ouders en/of jeugdige niet zijn weggenomen, lees verder bij B.
B. Bezwaarschrift indienen bij de gemeente
Ouders en/of jeugdige (afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige) kunnen bezwaar maken tegen een signaal of ketenregistratie in Zorg voor Jeugd. Dit doen ze door binnen zes weken nadat ze geïnformeerd zijn over het signaal/ketenregistratie een bezwaarschrift in te dienen bij de gemeente waar de jeugdige woonachtig is. Dit bezwaar wordt op grond van artikel 17 lid 1 sub c AVG gelijk gesteld aan een verzoek tot vernietiging van persoonsgegevens.
Zodra de gemeente dit bezwaarschrift heeft ontvangen, heeft ze acht weken om een beslissing op dit bezwaar te nemen. Om een beslissing op het bezwaar te nemen, zal de gemeente contact opnemen met de professional die het signaal in Zorg voor Jeugd heeft afgegeven.
Als de gemeente van mening is dat:
•het signaal niet terecht is gedaan, bijvoorbeeld omdat de verkeerde jeugdige is gesignaleerd;
•of constateert dat de jeugdige reeds 23 jaar of ouder, of overleden is,
dan kan het signaal permanent en volledig verwijderd worden uit de regionale en landelijke Verwijsindex. De regiobeheerder die in de gemeente verantwoordelijk is voor Zorg voor Jeugd krijgt vervolgens de opdracht om signalen definitief te verwijderen.
Als de gemeente van mening is dat:
•het signaal wel terecht was op het moment van afgeven, maar nu niet meer nodig is;
•of constateert dat er twee jaren verstreken zijn na het eerste signaal in de Verwijsindex,
dan wordt het signaal inactief gemaakt, en overgeheveld naar het historisch meldingenarchief. In dit historisch meldingenarchief blijven gegevens nog vijf jaar bewaard, overeenkomstig artikel 7.1.4.6 van de Jeugdwet. Dit, zodat signalen uit het verleden niet meteen verloren gaan, en tijdelijk zichtbaar blijven voor organisaties die later bij de jeugdige betrokken zijn.
 

Signaleren/zorgmeldingen

Hoe weet de signaalgever of een signaal afgegeven moet worden?

Er zijn geen harde criteria opgesteld voor het afgeven van signalen. Wel is een korte handreiking opgesteld door het Ministerie waarin op een eenvoudige wijze is vastgelegd hoe de signaalgever moet omgaan met het afgeven van signalen. Deze handreiking is beschikbaar voor deelnemende instellingen. De handreiking is niet uitputtend maar kan je helpen bij het maken van de afweging.

Als er een match wordt gemaakt, moet er contact zijn tussen signaalgevers en ketencoördinator. In dat overleg wordt vervolgens informatie gedeeld over het signaal.

Zie tevens www.meldcriteria.nl

Hoe worden de signalen opgevolgd?

De betrokken ketenpartners zullen in onderling overleg afstemmen hoe de signalen worden opgevolgd. Het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd wijst automatisch een organisatie aan die de ketencoördinatie op zich neemt wanneer meer dan één instelling is betrokken. De automatische aanwijzing is gebaseerd op de afspraken die met de betreffende instellingen zijn gemaakt in het kader van het convenant ketencoördinatie.

Kunnen ouders/verzorgers een bezwaar indienen tegen registratie in Zorg voor Jeugd?

Ja, dat kan bij de gemeente waar het signaal is afgegeven Het bezwaarschrift kan men indienen bij het College van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente.

 

Verbetering ketensamenwerking

Is het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd systeem een waarborg voor betere samenwerking en afstemming in de keten?

Het is een illusie om te denken dat een geautomatiseerd systeem alleen kan zorgen voor meer ketensamenwerking. Daar is inzet en betrokkenheid van mensen voor nodig. Wél kan het systeem de sluitende aanpak van jeugdbeleid ondersteunen. Omdat het ketenpartners inzicht geeft in elkaars betrokkenheid, weten zij elkaar in een vroeg stadium te vinden en kunnen zij acties op elkaar afstemmen.